|
Willen we iets van kunstuitingen begrijpen, dan is het niet voldoende
alleen maar te kijken, zoals je naar een landschap kijkt of naar een
boom. Kunstenaars scheppen dingen. Deze producten zijn geen natuurlijke
producten. Het zijn cultuuruitingen. Kijken we naar een boom, dan
vragen we ons niet af of we die boom begrijpen. Hij is er. We kunnen er
wel iets over zeggen. We vinden de boom bijvoorbeeld imposant, hij
nodigt misschien uit om er in te klimmen. Een bioloog zal weer op zijn
manier naar een boom kijken en een timmerman weer anders.
De boom heeft dus verschillende betekenissen voor mensen, afhankelijk
met welke intentie zij de boom beschouwen. Dit geldt ook voor
kunstenaars. Waarom schildert Van Gogh een bloeiende amandelboom?
Misschien omdat hij die boom mooi vindt. Waarschijnlijk is dit echter
niet. Het is vooral het bloeien wat hij schildert. De amandelboom wordt
daarmee een symbool voor leven. Waarom schildert Koekoek vaak van die
imposante eiken? Omdat een eik voor hem symbool was voor natuurkracht en
de natuur een inspiratiebron voor deze romanticus was. Waarom schildert
Mondriaan hele series bomen? Omdat de vormproblematiek hem bezig hield.
Wij kennen de taal die kunstenaars hanteren nauwelijks. Het is een
beeldtaal, die wij voor een groot deel niet meer verstaan nu we andere
communicatiemiddelen tot onze beschikking hebben. De taal van de
beeldende kunstenaar bestaat uit puur visuele elementen; vorm, lijn,
kleur, toon en textuur. Deze taal omzetten in gesproken of geschreven
taal is je bedienen van een vertaalinstrument, wat er soms niet in
slaagt de juiste "vertaling" te leveren. Willen we beeldende kunst leren
begrijpen, dan zullen wij deze beeldtaal moeten leren, de taal van de
visuele organisatie. Een schilderij is een een georganiseerde eenheid.
Wij als beschouwer worden geconfronteerd met deze eenheid. We dienen
echter te beseffen dat een schilderij in oorsprong een wit vlak is
geweest. De kunstenaar heeft middelen tot zijn beschikking om van dit
nog lege vlak een schilderij te maken. Hij kan een potlood gebruiken of
verf of wat hij of zij maar wil. In de vorige eeuw was het gebruikelijk
dat een schilder verf koos en een beeldhouwer marmer of brons.
Tegenwoordig is het de beeldend kunstenaar toegestaan elk materiaal te
kiezen.
Welke factoren beïnvloeden het tot stand komen van een kunstwerk.
Daar is in de eerste plaats de kunstenaar zelf met zijn of haar
gedachten, gevoelens en emoties. Zijn hele persoonlijkheid is bij het
scheppingsproces betrokken, zijn verstand, emoties en gevoelens.
Daarnaast spelen echter ook andere factoren een rol.
- Het culturele klimaat waarin de kunstenaar leeft.
- De artistieke traditie van zijn tijd.
- De bestaande kunsttheorieën.
- Het ter beschikking staande materiaal en techniek.
- De opdrachtgever.
Het Westerse kunst zouden wij kunnen verdelen in twee categorieën:
1. Intellectuele of classicistische kunst
2. Emotionele of romantische kunst
Classicistische kunst
De term moet je niet verwarren met klassieke kunst, de kunst uit de
oudheid ( Grieks-Romaanse kunst). Classicistische kunst is sterk
verstandelijk, geometrisch van karakter. Er wordt veel waarde gehecht
aan ordening, stabiliteit. Details worden duidelijk weergegeven. Lijn,
compositie schema's, regels zijn belangrijk. Het gaat om de VORM. Het is
een sterk lineaire kunst. Deze wijze van beelden treffen wij aan in
perioden van sociale stabiliteit en vooruitgang. Men voelt zich in
harmonie met de samenleving. Er is orde en duidelijkheid.
Romantische kunst.
Romantische kunst is veelal asymmetrisch, ritmisch, drukt beweging
uit en verandering. Zij laat atmosferische effecten zien, is spontaan en
maakt een dramatisch gebruik van licht. Kleur is het middel om de
emoties te vertolken en de lijn vervaagt. Romantische kunst treffen wij
aan in perioden van verandering, oproer. De oude normen en waarden
worden vervangen door nieuwe, revolutionaire ideeën. De gevestigde orde
wordt aangevallen en de kunstenaar als non non-conformist identificeert
zich met het nieuwe. Let wel het gaat bij deze tweedeling niet om twee
verschillende kunststromingen, maar om twee polen van artistieke
uitingen.
Het mag duidelijk zijn dat jij als beschouwer niet buitenspel staat.
Ook jij hebt waarschijnlijk je voorkeur voor een bepaalde wijze van
uiten. Wij moeten ons niet laten leiden door die persoonlijk voorkeur
bij het beschouwen van een kunst werk. Het loont altijd de moeite je af
te vragen wat de bedoeling van de kunstenaar geweest mag zijn om op die
bepaalde wijze zich te uiten. Wat heeft hij ons mee te delen.
Vorm
Een van de beeldende middelen waarover een kunstenaar beschikt is de
vorm. Dingen hebben vorm. Ze zijn symmetrisch of asymmetrisch. Vormen
zien wij omdat er licht is (kleur). Met behulp van het clair-obscur kan
een kunstenaar vormen zichtbaar maken.
Doet hij dit door middel van een lijn, dan abstraheert hij de
werkelijkheid. Lijnen komen in de natuur niet voor. Vormen doen ons
iets, zij drukken iets uit bijvoorbeeld veiligheid ,spanning, rust,
angst, frivoliteit. Ook laten vormen zich vergelijken met klanken.
Vormen kunnen evenals klanken harmoniëren of dissoneren. Maar wat wij
bij klanken op het eerste gehoor kunnen vaststellen is voor de vormen
veel minder eenvoudig, omdat de vormentaal veel minder bekend is. Als
wij zeggen dat een kunstwerk een visuele vorm heeft bedoelen wij dat er
een bepaalde relatie is tussen de delen.
Een vorm kan zeer lijken op een echt object (realistisch) of mooier zijn
dan in de werkelijkheid (geïdealiseerd), vervormd (gedeformeerd) of
enigszins vereenvoudigd zijn (gestileerd). Als een vorm niet snel of
helemaal niet herkenbaar is noemen we het abstract. Wanneer vormen naast elkaar geplaatst worden, worden verschillen
duidelijk, zogenaamde vormcontrasten.
- Rond – hoekig
- Geometrisch – organisch
- Symmetrisch – asymmetrisch
- Plat – ruimtelijk
- Grillig – strak
- Duidelijk – vaag
De kunstenaar heeft ze zo geordend uit de grote hoeveelheid van
keuzemogelijkheden die hij had. Er is een zekere harmonie ontstaan, een
juist evenwicht tussen de afzonderlijke delen. Er is voldoende contrast
zodat het werk spanning behoudt. In feite gaat her om de juiste
verhouding tussen classicistische en romantische kunst. Een over
intellectueel werk is vervelend, een product van pure emotie een chaos.
Vorm is een fusie tussen twee tegengestelde krachten rede en emotie. De
basis elementen van vormgeving zijn:
1. Structuurvorm, massa en ruimte
2. Oppervlaktekleur, toon en textuur.
De structurele kant trekt de intellectueel ingestelde kunstenaar aan,
de emotioneel geaarde kunstenaar voelt zich meer aangetrokken tot de
oppervlakte kwaliteiten.
Uniformiteit, Orde en Chaos
In de kunstgeschiedenis wordt gesproken van het verschil tussen
Uniformiteit, Orde en Chaos.
Uniformiteit: is een
samenstelling van exact dezelfde objecten. Dus bijvoorbeeld een vak van
8 bij 8 exact dezelfde vierkanten. Dit bestaat uit totale regelmaat en
komt daardoor heel strak en wetenschappelijk over.
Orde: is een samenstelling
van vormen die overeenkomst met elkaar vertonen, door bijvoorbeeld
kleur, vorm of patroon. Dus dat kan een vak van 8 bij 8 vierkanten zijn,
in verschillende kleuren. Ze zijn verschillend, maar het geheel komt
toch ordelijk over omdat ze dezelfde vorm hebben.
Chaos: is een combinatie van
objecten die helemaal geen overeenkomst vertonen. Er is geen verband te
ontdekken en komt daardoor heel rommelig over. Hierbij kun je denken aan
een pot met allemaal verschillende kralen.
Iets wat orde
heeft, komt harmonieus over en heeft
toch genoeg afwisseling om
interessant te zijn. Zodra je ook maar iets van een verband tussen de
onderdelen hebt, is er al snel sprake van orde. Als in de pot met kralen
regelmatig dezelfde blauwe kraal voorkomt, geeft dat al een bepaalde
orde en daarmee harmonie. Over smaak valt niet te twisten, maar over het
algemeen worden dingen die orde vertonen, mooier gevonden dat dingen die
chaos vertonen. En uniformiteit heeft vaak een industriële uitstraling;
dit wordt gebruikt voor hele strakke sieraden en vind je eerder terug
bij een zilversmid dan bij iemand die met kralen werkt.
Als je niet
helemaal tevreden bent over je zelf gemaakte sieraden, omdat je ze te
druk of te rommelig vindt, hou dan in gedachten dat over het algemeen
geld: hoe minder verschillende kleuren je gebruikt, hoe meer
verschillende vormen of patronen je kunt gebruiken, en andersom.
Verhouding
Hiervoor zeiden wij dat de verschillende elementen van een kunstwerk
in een bepaalde verhouding t.o.v. elkaar staan. Wij zeiden dat ze in
harmonie met elkaar moeten zijn. Wat is harmonie?
 
Bij klanken weten wij precies wat we met harmonie bedoelen. Klanken
die zuiver klinken zijn in harmonie met elkaar. Van Le Corbusier is een
uitspraak opgetekend dat de mens zich alleen "lekker"voelt als hij zich
omgeven weet door dingen die een bepaalde wiskundige ordening vertonen.
Verwonderlijk is deze uitspraak van een architect niet, wel als hij uit
de mond komt van Le Corbusier die niet bepaald een architect van de
rechte lijnen was. Wat hij bedoelde was dat de mens bepaalde voorkeuren
voor verhoudingen heeft. Waarom is moeilijk te zeggen. Misschien omdat
ze met de menselijke maat overeenstemmen? Waarom voelen mensen
zich verloren in de Bijlmermeer? Wat bedoelen wij als wij zeggen dat de
verhoudingen zijn zoek geraakt.
Het waren alweer de Grieken die een poging hebben gedaan door middel
van wiskunde de ideale verhoudingen uit te drukken. Zij stelden "De
Gulden Snede"op: een ideale verhouding tussen massa en ruimte, tussen
horizontale en verticale krachten. Vergelijk de onderstaande
rechthoeken.
Velen ervaren de middelste rechthoek als het meest 'evenwichtig". De
verhouding l : b = 13 : 8
De gulden snede. Verdelen wij een lijn in deze verhouding dan
krijgen we het volgende:
Waarbij AC : CB
= BC : AB
Vooral de intellectueel ingestelde mens zou zich aangetrokken voelen
tot dergelijke verhoudingen. Waar deze verhoudingen veranderd worden,
krijgen de vormen een expressieve kracht. Om dit duidelijk te maken
tekenen wij drie rechthoeken die rechtop staan.
 
De gulden snede bevat twee delen in de verhouding 8:5 dwz. 1,618.
Een gulden rechthoek is een rechthoek met de verhouding lengte/breedte
van 8:5. Bij de foto van de schelp Nautilus geven de windingen een
gulden spiraal uit de gulden rechthoek. Een gulden rechthoek min een
vierkant is een tweede gulden rechthoek. Van deze gulden rechthoek kan
weer een vierkant worden afgetrokken
Toelichting gulden snede
Het leidde ook tot bekende vuistregeltjes als 'horizon op 2/3 van de
hoogte'. De meest rechtse vorm is getekend in de verhouding van de Gulden
Snede, de andere twee zijn samenstellingen ervan. De linker figuur werkt
spiritueel, emotioneel ingestelde mensen voelen zich ertoe aangetrokken.
Dergelijke strevende vormen vind je onder andere terug in gotische
kathedralen. De middelste figuur, het vierkant is enigszins saai, het is
aards, plomp, solide, zwijgt. Romaanse kerken kennen deze soliditeit.
Vergelijk onderstaande flesvormen.
Als je de vloeistoffen stroop, wijn en melk in een van de flessen
moest doen welke fles past dan bij welke vloeistof? Uit onderzoek is
echter gebleken dat de meeste mensen een voorkeur hebben voor vormen en
verhoudingen die gebaseerd zijn op de "Gulden Snede". In vrijwel alle
grote culturen zien wij die voorkeur terug in vaasvormen, in de
beeldende kunst en in de woningbouw. Gedurende de Renaissance toen
bepaalde gebieden van Europa een culturele bloeitijd hebben gekend
hebben kunstenaars en wiskundigen zich opnieuw met de problemen van de
ideale vormgeving bezig gehouden. Reeds aan het einde van de
Middeleeuwen, toen de Arabische wiskunde bekend werd en de erfenis van
de Oudheid voor sommigen toegankelijk werd, heeft de Italiaan Leonardo
Fibonnaoe ontdekt, dat de groei patronen van planten en dieren een
rekenkundige progressie vertonen. Naar mate dier of plant zijn volle
wasdom bereikt benadert hij of zij de ideale verhouding van de Gulden
snede.

Met liniaal en passer op onderzoek uitgaand blijken er ook verrassend
vaak soortgelijke getallen uit de bus te komen. Lengte en breedte van
bladeren, de afstanden tussen de knopen van takken en stengels, de
groeiwijze van zaden, het terrein is vrijwel onbeperkt. Het wil
natuurlijk niet zeggen dat er geen (soms grote) afwijkingen kunnen
voorkomen, maar er zijn berekeningen gemaakt dat verhoudingen volgens de
gulden snede bij groeiende (dus levende) wezens de grootste efficiency
voorstellen. Het eenvoudigst is dit na te gaan bij de wijze waarop men
veelal bladeren om een stengel ziet gegroepeerd. Deze vorm van studie
heeft zelfs een eigen naam gekregen:
phyllotaxis.
De ideeën van klassieke universele verhoudingen hebben de
kunstenaars van de Renaissance als Da Vinci, Dürer geïnspireerd om
deze ideeën verder uit te werken. Niet altijd ten gunste van de
beeldende kunst. Eeuwenlang zijn "de Klassieken"de verplichte
inspiratiebronnen geweest voor beeldende kunstenaars. Misschien een
reden waarom de classicistische kunst voor de hedendaagse toeschouwer
niet 'spreekt". Niettemin formuleert een 20ste eeuw architect als Le
Vorbusier vergelijkbare ideeën over verhoudingen en maat in de
architectuur en heeft een schilder als Mondriaan zich een groot deel van
zijn leven bezig gehouden met het probleem van de harmonische
verhoudingen. Alles wat de mens maakt zou een projectie van zijn eigen
structuur en schaal zijn, als hij tenminste een omgeving wil scheppen
waarin hij zich thuis voelt. Wij zouden DAT mooi noemen wat in
overeenstemming is met onze eigen verhoudingen.
Lijn en vorm
De beeldende kunstenaar werkt dus op een vlak dat bepaalde
verhoudingen kent. Hij maakt daarbij gebruik van lijnen en vormen. Mar
hij gebruikt die niet louter om objecten te beschrijven. Lijnen en
vormen hebben op zich expressieve betekenis. Een lijn kan dik of dun
zijn, vertikaal of horizontaal, recht of gebogen, etc. Hieronder vind je
een aantal voorbeelden:
Waarmee hangt de betekenis van de vormen samen? De auteur J. J.
Beljon zegt in zijn boek "Grondbeginselen van vormgeving" dat vormen hun
betekenis ontlenen aan handelingen van de mens, handelingen die in de
oertijd voor hen van levensbelang waren. Nu valt het niet mee aan de
weet te komen, wat die mens allemaal uitspookt heeft, maar we kunnen aan
de hand van archeologische vondsten toch wel aardig reconstrueren hoe
hoe hij geleefd moet hebben en welke handelingen hij verricht zal hebben
bij de bereiding van voedsel, het bouwen van onderkomen, het
vervaardigen van werktuigen en het maken van kleding. Handelingen als
stapelen, vlechten, weven, draaien, binden zullen zeker verricht zijn.
Op grond hiervan onderscheidt Beljon allerlei vormsoorten:
A: Niet met de hand aangeraakte vormen
1. Duin
2; Rots
3. Strand
4. Eruptie
B: vormen afgeleid van de functie die verricht wordt:

C: Vormsoorten naar hun ontstaanswijze:
Alle vormen, tenzij natuurvormen ontstaan onder invloed van lucht,
wind, water, temperatuur en de factor tijd gaan in hun oorsprong terug
op menselijke handelingen. Het is ongetwijfeld waar dat ook van de door
Beljon opgesomde handelingen bepaalde vormen doen ontstaan. Het is
ongetwijfeld waar, dat ook van de door Beljon opgesomde handelingen
bepaalde vormen doen ontstaan. Wie er oog voor heeft herkent de
stapelvormen in onze cultuur dan ook: stapels kratten, dozen, huizen,
blikken, doden alles wat maar enigszins stapelbaar is. En hoe stapelen
we? Rommel wordt op een hoop gegooid, stenen voor de bouw keurig in
tassen neergezet. De wijze van stapelen zegt iets omtrent ons omgaan met
dingen.
Sedert de beeldende kunst zich van haar meest knellende banden heeft
ontdaan zien wij dat beeldende kunstenaars met vrijwel al deze vormen
geëxperimenteerd hebben. César perst samen en frommelt, Christo pakt in,
Pollock druipt, Takies brengt lucht in en Yves Klein stempelde.

In het platte vlak onderscheiden wij: het vierkant, de cirkel en de
driehoek en daarvan afgeleide vormen. Ruimtelijk gezien vinden deze
vormen hun equivalent in de kubus, de bol en de piramide. In pogingen de
werkelijkheid overzichtelijk te maken worden dit de grondvormen genoemd,
waarop alle individuele vormen terug zijn te voeren.
Cézanne hield zich met probleem bezig. Kunst zei hij is geen
reproductie van de werkelijkheid maar een herschepping. Een kunstwerk
representeert de natuur. "De natuur moet vertaald worden in termen als
cilinder, bol en kegel" was zijn uitspraak. Wat hij bedoelde was dat een
schilderij het resultaat is van een juist evenwicht tussen de abstracte
patronen van de zuivere vorm en de dingen zoals zij optische aan ons
verschijnen. Een kunstwerk is het resultaat van het proces van
herschepping van de de zichtbare wereld.
|